Geplaatst op Geef een reactie

16 aug 2007

Vandaag vis ik, net als een aantal weken geleden met Popke. Het valt niet mee om op te staan als om even over vijven de wekker gaat. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat het “Merke” is en ik er dus pas om half drie in lag. Maar niet getreurd, ’s nachts een vent dan overdag ook, dus vissen. Popke staat klaar en we zijn al snel onderweg naar de beoogde stek. Van de week hadden Popke en zijn vast vismaat hier een fiks aantal aanbeten van snoeken gehad en daar zouden we eens een stukje nader onderzoek aan gaan verrichten. De stek ziet er op de dieptemeter ook zeer veelbelovend. Het is wel frappant om te horen hoe mijn vismaat dit water kent. Zonder uitzonderingen noemt hij de betreffende dieptes van de stek als we er overheen varen.

Kennis van viswater is erg belangrijk. Het duurt echter wel even, te lang naar de mening van Popke, voor de eerste aanbeet volgt. Een maatse snoekbaars heeft een staartje van een blei als lekker hapje onderkent en verblijdt ons met zijn tijdelijke aanwezigheid. De eerste dikke regenbui stort haar lading over ons uit maar we blijven stug doorvissen. Slecht weer bestaat niet, slechte kleding dat wel. Aanbeten blijven uit dus we verkassen. De pen die Popke voor me gemaakt heeft, een heuse HOEMPIE PLOEMPIE met opschrift Poask, is te goed, ze wil niet onder. De regen valt gestaag als we op de volgende stek afmeren. Ook de tweede stek levert geen aanbeten op zodat we wederom verkassen. Ook daar lijkt het niet echt te gaan lukken totdat we ineens twee aanbeten tegelijk krijgen. Beide leveren snoekbaarzen op aan een stukje vis. Onze harten springen op, zou het nu veranderen? De wens is de vader van de gedachte! Ik blijkt niet zo te zijn. Zo hoppen we nog een aantal stekken af en op één van die stekken gebeurt nog eens het zelfde als daarvoor. Twee aanbeten achter elkaar leveren wederom twee snoekbaarzen op. Popke vraagt me nog hoe het gaat, of ik het een beetje vol kan houden. Die twee uurtjes slaap zijn echter net voldoende geweest. Wel verlang ik naar een biertje. We vissen tot na vieren in de middag en besluiten er dan maar de brui aan te geven. We vangen samen vijf vissen. Popke baalt een beetje van dat aantal maar het kan natuurlijk ook nog slechter. Vorige week niet eens beet gehad! Thuis gekomen fileer ik één meegenomen snoekbaars, ruim mijn spullen op, neem dat biertje, schrijf dit verslag, eet een frietje en ga kort na die maaltijd even uitbuiken. Om negen uur maakt mijn vrouw me wakker en zegt, kom naar bed. Het klinkt me als muziek in de oren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *